Steun ons

Een lang weekend in Brussel voor museumjunkies

Je bent een weekend in Brussel en museumverslaafd? Dan hebben wij het ideale recept voor jouw roes op een dienblaadje klaar. Wees gerust én gewaarschuwd, dit wordt zwoegen: alle Brusselse gevestigde waarden staan op het programma. Rode draad, naast kunst uiteraard, is het Belgisch patrimonium: van architectuur tot kunst en van onze bourgondische levensstijl tot de Negende Kunst.

Dag 1

Wie Brussel zegt, zegt friet, bier, chocolade, Manneken Pis, het Atomium en … Horta! Samen met Henri van de Velde geldt Victor Horta (1861-1947) als de voornaamste vertegenwoordiger van art nouveau in België. Brussel bezoeken zonder langs het Hortamuseum te passeren is ontoelaatbaar. Het voormalige huis en atelier van de architect bevindt zich in Sint-Gillis en is eenvoudig te bereiken met tram en bus. Met zijn zwierig vormgegeven glas-in-loodramen en fijnzinnige decoratie ademt het gebouw harmonieuze art nouveau, een kunststroming die zich rond de eeuwwisseling afzette tegen het impressionisme. Brusselse avant-garde avant la lettre dus! Woonst en atelier bieden een kijkje achter de schermen bij de Brusselse grootmeester en je kan er regelmatig een tijdelijke expositie meepikken.

We blijven uit het centrum vandaag, want de volgende halte is het Museum van Elsene, dat aan de andere kant van de Louizalaan ligt. Hoewel de spetterende tijdelijke exposities regelmatig de aandacht opeisen, valt ook hun permanente collectie niet te onderschatten. Excuses bij voorbaat, maar schaamteloos bezondigen we ons hier aan wat pretentieuze namedropping: Henri de Toulouse-Lautrec, Albrecht Dürer, Pierre Alechinsky, Constant Permeke, Théo Van Rysselberghe, James Ensor en dies meer. Dat lijken ons wel voldoende redenen.

Op nog geen kilometer wandelen ligt het Museum voor Natuurwetenschappen. De afwisseling met die hoogdravende kunst leek ons alvast welgekomen en wie krijgt het nu niet warm van opgezette dieren, duizenden mineralen, de evolutie van de mens, en levensechte mammoetskeletten? Niet overtuigd? Dan zijn er nog altijd de reusachtige Iguanodons die tijdens de opgravingen van 1878 tot 1881 in Bernissart werden bovengehaald en voor een kentering zorgden in de paleontologische wetenschap. 

Laatste halte is het Jubelparkmuseum. Als 1 van de 4 Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis bevat deze collectie een ontzagwekkende verzameling historische objecten uit zowat alle hoeken van de wereld. Sarcofagen, een Merovingische drinkhoorn, zelfs een maoi (zo’n beeld vanop het Paaseiland) vallen in het niets bij de dankzij Kuifje wereldberoemd geworden Chimú-offerdrager, hier mét beide oren. Een bezoek aan dit museum is een reis door tijd en ruimte. Je treedt er onwetend binnen en wandelt buiten als wereldburger, of wat had je gedacht in Brussel?

Dag 2

Wij willen je geen strak keurslijf opdringen dit weekend, maar een activiteit is simpelweg incontournable: een brunch in het monumentale MIM. Geen beter begin van je drukke museumzondag dan een luxueus ontbijt. Op de 11de verdieping van het Muziekinstrumentenmuseum geniet je bij een glas bubbels van het uitzicht over de Belgische hoofdstad en bij goed weer kan je dit zelfs van onder een parasol doen. We zouden het bijna vergeten, maar in de etages hieronder bevinden zich ook geraffineerde muziekinstrumenten: van de Chinese citer of qin tot de op en top Belgische saxofoon.

Met een licht opborrelende indigestie dalen we de Kunstberg af richting een ander art-nouveaubouwwerk: de BOZAR. Het Paleis voor Schone Kunsten werd door niemand minder dan Victor Horta ontworpen, die je natuurlijk al kent van gisteren. In tegenstelling tot zijn eigen woonst werd dit project een tikkeltje grootser opgevat. De realisatie liet een tijdje op zich wachten, maar uiteindelijk kwam het deels ondergrondse “paleis”, het eerste kunstenhuis van Europa, er toch. Enkel tijdelijke tentoonstellingen in de BOZAR, maar die stellen zelden teleur, en bovendien valt er bijna dagelijks iets te beleven in het enorme gebouw. Als je de kans hebt, bezoek dan eens een voorstelling in de imposante Henry Le Boeufzaal.

Royaal is het codewoord deze zondag, want de volgende en laatste stop ligt op het Koningsplein, dat dan weer aan de top van de Kunstberg ligt. 4 van de 6 Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België liggen op een zakdoek, alleen het Wiertz en Meunier Museum liggen in de voormalige ateliers van de kunstenaars te Elsene. Vrees niet, want zelfs deze 4 musea krijg je niet op 1 dag afgewerkt. In chronologische volgorde vatten we ze snel voor je samen. Het OldMasters Museum omvat gerenommeerde kunstwerken van de 15de tot de 18de eeuw, vooral schilderijen uit de toenmalige Zuidelijke Nederlanden. Een stoet grootmeesters passeert hier de revue: van Rogier van der Weyden tot Peter Paul Rubens. In het Modern Museum komt kunst uit het einde van de 18de eeuw tot nu aan bod, met als pronkstuk en schijnbaar publiek geheim het wereldberoemde en aangrijpende “De moord op Marat” van Jacques-Louis David. In het Fin-de-Siècle Museum wordt een glorieuze periode uit de Brusselse geschiedenis herdacht. De gevarieerde collectie reflecteert de unieke, creatieve opwinding die deze stroming van rond de eeuwwisseling teweegbracht. In het Magritte Museum krijg je meer dan 200 werken voorgeschoteld van de Belgische surrealistische schilder René Magritte, een man die je na 2 dagen Brussel toch zou moeten kennen. 

Dag 3

Weekends zijn leuk, zeker als ze een dag langer duren. 2 dagen zijn onvoldoende om Brussel en haar talrijke musea te ontdekken. 3 dagen zijn ook onvoldoende, maar er staat chocolade en bier op het programma om het leed te verzachten. Met een bezoekje aan het Stripcentrum krijgt deze dag een onmiskenbaar Belgisch tintje. Nog meer goed nieuws: al deze musea zijn elke dag open.

We beginnen de dag met een perfecte aanvulling op jouw ontbijt: chocolade! In Choco-Story, het Brusselse chocolademuseum, leer je letterlijk alles over de wortels van de cacaoboom tot een afgewerkte praline. Hoe de Maya’s en Azteken cacaobonen teelden, hoe cacao Europa veroverde en hoe de Belgen het besloten om te zetten in een waardevolle, wereldbekende zoetigheid. In het atelier zie en leer je hoe meester-chocolatiers te werk gaan. Als de proeverijen onvoldoende blijken, is er nog altijd de shop.

In het Belgisch Stripcentrum ontdek je alles van de Negende Kunst, die gretig door de Belgen werd toegeëigend. Naast de permanente collectie, een hommage aan de pioniers van het genre (denk aan Suske en Wiske, Kuifje, Robbedoes, Guust Flater…), worden er regelmatig tijdelijke exposities gewijd aan hedendaagse striptekenaars. 

Afsluiten doen we met – hoe kan het ook anders – bier. En van bier hebben ze wel kaas gegeten in het Museum van de Belgische Brouwersdat op enkele passen van Choco-Story ligt, maar om voor de hand liggende redenen beter te bezoeken valt als laatste museum. Terecht wordt de rijke traditie van het Belgisch bier er uit de doeken gedaan en levendig gehouden aan de hand van verscheidene memorabilia. Aan de hand van een historisch overzicht van het brouwproces, van 18de-eeuwse technieken tot de nieuwste snufjes, leer je er alles over hoe de favoriete drank der Belgen bereid wordt. Als schuim op het glas sluit je dat bezoek uiteraard af met een degustatie in wat wel een middeleeuwse herberg midden op de Grote Markt lijkt. Schol!