15 iconische afbeeldingen die de Brusselse musea alle eer aandoen

Of je lag te slapen tijdens de lessen kunstgeschiedenis of je gelooft gewoon niet dat deze absolute meesterwerken werkelijk in België hangen. Een herkansing biedt zich aan!

Het rijk der lichten (1954), René Magritte

In dit schilderij creëert de meester van het surrealisme een poëtische sfeer waarin het daglicht in dialoog treedt met een nachtelijk landschap. Op een heel rechttoe rechtaan manier illustreert het schilderij Magritte’s visie: hij hult dagdagelijkse dingen graag in een sfeer van mysterie en misleiding. Het is dan ook onmogelijk om niet bevangen te worden door ‘s mans dichterlijke beeldtaal in het overrompelende Magritte Museum

De Beklimming van de Calvarieberg, Peter Paul Rubens

Rubens schilderde "De Beklimming van de Calvarieberg"met een grootte van 5,65 meter een gigantisch doek, voor het hoofdaltaar van de kerk van de abdij van Affligem. De taferelen, die vanaf de gekruiste diagonalen in een wolk van beweging naar boven wervelen, versterken de religieuze verheerlijking. In het midden van de door donkere wolken overdekte processie kijkt Christus ons rechtstreeks aan, alsof hij smeekt om zijn lijden te delen in het Old Masters Museum.

De val van de opstandige engelen (1562), Pieter Brueghel de Oude

In de chaos van de hevig woedende strijd, vermengt Brueghel middeleeuwse fantasieën moeiteloos met een hele reeks ontdekkingen van zijn tijd. We ontkennen niet dat het tableau een woeste illustratie is van het politieke en religieuze tumult eigen aan de 16de eeuw, maar daarbij doen we bijna oneer aan de perfect beheerste technieken van de grootmeester: de contrasterende kleuren, gedetailleerde effecten die beweging en dynamiek suggereren en een messcherp observatievermogen. Trek best wat tijd uit om het overvolle schilderij grondig te bekijken in het Old Masters Museum.

De baadster (1910), Léon Spilliaert

Rond de periode dat hij "De baadster" produceerde, kende de obsessionele, donkere fascinatie voor de zee een hoogtepunt in Spilliaert’s leven. Er heerst een mysterieuze en onheilspellende stilte over het werk. We zouden de baadster liever niet willen lastigvallen terwijl ze op de massieve stenen trap vasthoudt aan haar laatste zekerheid tegenover het hypnotiserende, rusteloze water, een weerspiegeling van de kronkelige paden van de ziel. Gelukkig zorgt het hondje nog voor een luchtige noot. Ervaar de hypnose in het Fin-de-Siècle Museum.

Bloemen en vlinders, James Ensor

Een minder gekend facet van James Ensor, als voorloper en vernieuwer van het stilleven, komt aan het licht in het Charlier Museum. In het kleurrijke, vibrerende "Bloemen en vlinders" toont de onbegrepen kunstenaar, verknocht aan de zee van Oostende, zich met zijn spontane en heldere toetsen een begenadigd schilder van stillevens, die moeiteloos de vergelijking doorstaan met de grootmeesters van het genre.

De Bekoring van Sint-Antonius (1946), Salvador Dali

Sint-Antonius, een van de eerste christelijke kluizenaars, zou 13 jaar in de woestijn doorgebracht hebben. Tijdens die isolatie weerstond de heilige aan een resem verleidingen, wat ongetwijfeld tot Dali’s rijke verbeelding sprak, altijd gefascineerd als die was door het dunne vliesje dat bewust- en onderbewustzijn van elkaar scheidt. Is Antonius, zwaaiend met het kruis, sterk genoeg om de karavaan van sensualiteit die hem bedreigt, te verjagen? Ontdek het in het Modern Museum!

Portret van Erasmus, Albrecht Dürer

Tijdens zijn reis naar de Nederlanden in 1520 ontmoeten Erasmus en Dürer elkaar minstens 4 keer. De ontmoetingen tussen een van de meest gerenommeerde humanisten van de 16de eeuw en de grootste Duitse schilder van zijn tijd, bleef niet zonder gevolg. Dürer refereert enerzijds naar het antieke schrift en anderzijds naar het gedrukte boek, dat verwijst naar de humanist als intellectueel. Erasmus, een notoir grapjas, verklaarde het volgende over zijn beeltenis: “Gelijkenis: onbestaand”, terwijl de tekst in het Latijn op het portret juist vermeldt: “Portret getekend naar levend model”. Wat er ook van zij, het werk is een van de absolute aanraders in het Erasmushuis.

Pygmalion (1939), Paul Delvaux

Met "Pygmalion", te bewonderen in het Modern Museum, refereert Delvaux naar de mythe over de gelijknamige Griekse beeldhouwer die ooit zijn perfecte vrouw in marmer verbeeld zou hebben omdat hij de wederhelft van zijn dromen niet in het echte leven vinden kon. Delvaux draait de rollen echter om door een adolescente versie van zichzelf te portretteren die op zijn beurt tot leven wordt gewekt door een naakte schone. Zijn verlangen blijft onbeantwoord, wat duidelijk naar voren komt in het schilderij en zo een verwijzing vormt naar zijn persoonlijke, mislukte romances.

Thee in de tuin (1903), Théo van Rysselberghe

In het schemerige licht van een plattelandstuin drinken drie vrouwen een kopje thee. Een intiem en herkenbaar tafereel voor schilder van Rysselberghe, die in feite twee notoire vriendinnen en zijn vrouw afbeeldt, in een perfect voorbeeld van pointillisme. Nadat hij in Gent en Brussel studeerde, botste hij in 1886 op op Georges Seurat’s "De Seine bij de Grande Jatte", een levensingrijpende gebeurtenis! Toch zou hij de theorie van het pointillisme nooit dogmatisch toepassen, maar ruimte behouden voor kleur, vrijheid en lichtheid. Die heerlijke lichtvoetigheid valt in al volle glorie te bewonderen in het Museum van Elsene.

Aristide Bruant, Ambassadeurs, Henri de Toulouse-Lautrec

En nu je toch in het Museum van Elsene bent, kan je er even goed stoppen voor dit werk van Toulouse-Lautrec. Aan het einde van de 19de eeuw was Aristide Bruant een echte vedette in Frankrijk. Naar aanleiding van een optreden in Les Ambassadeurs, een beroemd café aan de Champs Elysées, bestelde de chansonnier een affiche bij zijn vriend Toulouse-Lautrec. De schilder gaf treffend gestalte aan de iconische zanger door hem aan te kleden met voor hem typerende voorwerpen (sjaal, grote zwarte hoed en de knuppel als wandelstok). Grote kleurvlakken in egale kleuren, een paar krachtige lijnen… Een minimum aan middelen voor een maximaal effect!

De drie kruisen, Rembrandt

Uiteraard kennen we Rembrandt allemaal van het wereldberoemde "De Nachtwacht", maar weinigen weten dat hij ook een begeesterd etser was. Hij liet een uniek grafisch oeuvre na en de Koninklijke Bibliotheek van België bewaart een nagenoeg compleet overzicht van zijn grafische werk, vaak in mooie, zeldzame afdrukken en verschillende staten. Rembrandt herwerkte zijn drukplaten vaak ingrijpend en gebruikte daarbij verschillende grafische technieken: droge naald, ets, soms burijn, maar het resultaat was steevast expressief én verrassend!

De koning drinkt, Jacob Jordaens

Jordaens’ onfeilbare oog voor compositie uit zich in dit uitbundig en feestelijk schouwspel, waarin Adam van Noort, nota bene Jordaens’ schoonvader, de rol van koning en feestvarken op zich neemt. Ondanks het feestgedruis dat van het doek lijkt te spatten, wordt het door sommige kunsthistorici ook opgevat als een kritiek op een al te liederlijk leven. Wij laten het niet aan ons hart komen, lang leve dit schilderij van het Old Masters Museum, lang leve de koning en vooral: schol! 

De liefkozingen (1896), Fernand Khnopff

Het beroemdste schilderij van de Belgische symbolist Khnopff is ook zijn meest enigmatische. De combinatie van een androgyne man die een sfinx met het zeer vrouwelijke lichaam van een jachtluipaard streelt, verwijst zo naar het aloude dilemma tussen plezier en macht. De vrouw, zowel muze als verleidster, speelde altijd een voorname rol in het symbolisme en zeker in Khnopff’s werken. Het zou ook Marguerite, zijn eigen zuster, kunnen zijn, die voor de schilder de eeuwig ongrijpbare en ontoegankelijke muze zou geweest zijn. Een ding is zeker: je zal het Fin-de-Siècle Museum een raadsel rijker verlaten!

De Trouwstoet, Jan Breughel

Toen het Museum van de Stad Brussel dit werk in 1966 aankocht, ging het er nog van uit dat het een originele Pieter Brueghel de Oude betrof. Recent onderzoek gaf aan dat het werk, waarin de verfijnde, krachtige schildertechniek contrasteert met de keuze voor een volks tafereel uit het dagelijkse leven, van Jan Breughel zou zijn, die onder meer samenwerkte met Rubens. Wat ons betreft doet dat niets af aan de aantrekkelijkheid van het werk.

De mooie Rosine (1847), Antoine Wiertz

“De triomf van de dood op het leven en zijn voorbijgaande ijdelheden is onontkoombaar.” Wiertz laat er in dit allegorisch werk, op een ongewoon klein doek voor zijn doen, geen twijfel over bestaan: memento mori! De sobere compositie in natuurlijke clair-obscur wordt gestalte gegeven door het opgehangen skelet tegenover een naakt meisje, dat eerder verleidelijk dan academisch geportretteerd wordt en zo een zeldzame keuze voor zinnelijkheid vormt in het werk van Wiertz. Te bezichtigen in het museum dat ooit zijn atelier was.