13 majestueuze Brusselse musea

Deze musea bezoek je niet enkel voor hun kunst, maar ook voor de enscenering. Hieronder museumgebouwen met van die weidse witte zalen, krakende parket- of glanzende marmervloeren, architecturale trouvailles en – bijna vergeten – ook nog eens een straffe collectie.

BOZAR 

Met stip genoteerd in dit lijstje van majestueuze gebouwen is uiteraard BOZAR. Het Paleis voor Schone Kunsten werd ontworpen door de Belgische art-nouveaumeester Victor Horta. Daarmee is in feite al genoeg gezegd, maar we voegen er nog genoegzaam aan toe dat BOZAR, met acht verdiepingen toch grotendeels ondergronds gebouwd, een architecturaal huzarenstukje is. Dat moest wel vermits de koning niet wou dat dit kunstenpaleis zijn zicht over het Brusselse centrum belemmerde. En als de koning dat vraagt…   

Jubelparkmuseum, Legermuseum en Autoworld

Het Jubelpark, aangelegd in opdracht van Leopold II om de vijftigste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid te vieren, vormt het decor voor de drie volgende musea. Royaal met een gouden kroontje op de R dus. Hoewel de triomfboog van de hand van Frans architect Charles Girault in dit park de meeste aandacht opeist, vallen de collecties van het drietal musea niet te versmaden! 

Het Jubelparkmuseum is een van de vier Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. Van die vier bevat dit departement de grootste collectie, met kunst- en historische voorwerpen van de oudheid tot nu uit België en zowat heel de wereld. Let dus best op wanneer je langs de eeuwenoude beelden flaneert, want breken is betalen. 

Je haalt best je sportschoenen van onder het stof voor een bezoek aan het ontzagwekkende Legermuseum, dat zo’n 40.000 m2 beslaat. De collectie, die er aanvankelijk kwam naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling van 1910, werd enorm uitgebreid doorheen de jaren, niet weinig geholpen door de twee Wereldoorlogen waaronder België kreunde. Van middeleeuwse harnassen en degens tot uniformen en een F-16: de 10 eeuwen krijgsgeschiedenis zullen zelfs de meest devote pacifisten hun hartje sneller doen slaan. 

Autoworld, gevestigd in de vleugel tegenover het Legermuseum, vertelt de geschiedenis van de vierwieler van begin tot nu. Van paardenkoetsen tot rallywagens: autofanaten komen hier probleemloos aan hun trekken. De grootste klasbak is ongetwijfeld de verblindend elegante Minerva coupé uit 1929, een getuigenis van de Belgische hoogdagen in de auto-industrie. Wie deze drie monumentale musea op een dag afgewerkt krijgt, trakteren we taart. 

Old Masters Museum

Het neoklassieke Old Masters Museum straalt pure klasse uit, niet in het minst dankzij Alphonse Balat, verantwoordelijk voor de inkomhal van het museum. De architectuur van het museum is in perfecte harmonie met de vele meesterwerken uit de collectie, van Vlaamse Primitieven over renaissance tot barok. De Feng Shui zit hier hé-le-maal snor, quoi. 

Muziekinstrumentenmuseum

Music, maestro! Het MIM is pas sinds eind 20ste eeuw gevestigd in wat ooit het Old England-warenhuis was. Het oorspronkelijke gebouw dateert van 1899 en was een creatie van de Brusselse architect Paul Saintenoy. Zonder afbreuk te willen doen aan de omvangrijke en indrukwekkende muziekinstrumenten van alle tijden en windstreken, zouden wij dit prestigieuze gebouw zelfs bezoeken als het op instorten stond. Die lift alleen! De mix van neoklassiek en art nouveau maakt het tot een kakofonie van het meest bekoorlijke soort.

Museum Moderne Religieuze Kunst

Religie is altijd een voornaam onderwerp, zelfs een drijfveer, voor vele kunstenaars geweest. Het Museum Moderne Religieuze Kunst klinkt niet sexy, akkoord. De Basiliek van Koekelberg, locatie van dit museum, is daarentegen waarschijnlijk het meest sexy gebedshuis ter wereld, voor zover die twee termen te koppelen zijn. Voeg daar een toefje Constant Permeke en een snuifje Joan Miro aan toe en we kunnen spreken van een zinnenprikkelende revelatie. 

Egmontpaleis

Het Egmontpaleis, vernoemd naar Graaf Lamoraal I van Gavere die het stulpje in de 16de eeuw beval te bouwen, heeft ondanks enkele verbouwingen amper ingeboet aan de grandeur van weleer. Tot op heden fungeert het nog steeds als schouwtoneel voor (inter)nationale diplomatieke betrekkingen. Wat de buitenkant vermoeden doet, wordt bevestigd door het oogverblindend interieur: badkamers in roze en wit marmer, een spiegelgalerij, een 19de-eeuwse bibliotheek, een trap gemodelleerd naar een afgebroken exemplaar uit het kasteel van Versailles. We kunnen verder gaan, maar vermijden liever dat je kaken nu al uit de kom vallen. 

Paleis van Karel van Lotharingen

Ander paleis, zelfde verhaal. Het Paleis van Karel van Lotharingen dateert van de 18de eeuw. De landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden stond bekend als een bon vivant, een echte Brusselaar dus, met een uitmuntend oog voor kwaliteitsvolle kunst en cultuur. Zijn voormalige residentie herinnert bezoekers aan zijn feilloze smaak. 

Koninklijk Museum voor Midden-Afrika

Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in het Park van Tervuren ligt wat verder van het centrum, waardoor het naast een monumentaal gebouw ook uitgestrekte tuinen in Franse stijl te bieden heeft. Het hoofdgebouw, waarin de permanente collectie zich bevindt, werd ontworpen door dezelfde Girault als van de triomfboog in het Jubelpark. Ook nu weer betrof het een opdracht van Leopold II, die uiteraard een omstreden band had met Afrika. Het idee om dit museum te bouwen ontsproot uit de Wereldtentoonstelling van 1897. Tegenwoordig bevat het museum een van de meest uitgebreide verzamelingen voorwerpen over Centraal-Afrika, onder meer dankzij de vondsten van de legendarische ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley. Momenteel is het museum gesloten wegens renovatiewerken.

Belgisch Stripcentrum

Het Belgisch Stripcentrum, waar de fantastische wereld van de Negende Kunst regeert, is gevestigd in de voormalige handelszaak van textielgroothandelaar Charles Waucquez. Het gebouw werd ontworpen door – wie anders? – Victor Horta en ingehuldigd in 1906, in dezelfde periode dat de Belgische stripkunst ontstond. Art nouveau en strips zijn een gedroomd duo: de organische architectuur en betoverende stripwereld leiden elkaar naar ongeziene hoogtes. Stap het voormalig magazijn binnen en open de poorten naar een feeërieke wereld.     

Hortamuseum

Het Hortamuseum, gewezen woning en atelier van de man, vat het godenkind van de Belgische architectuur samen tussen de vier wanden van een herenhuis. Het gebouw is één en al gratie en sier. De naturalistische ornamenten, de overal weerkerende decoratieve bogen, de verfrissende lichtinval via de grote raampartijen: het wordt moeilijk om terug te keren naar je eigen stee na een rondleiding door de mooiste woning van Sint-Gillis.

Museum van de Stad Brussel

Het Museum van de Stad Brussel, weleens het Broodhuis genoemd, is het neusje van de zalm tussen de verzameling imposante voorgevels die de Brusselse Grote Markt haar roem alle eer aandoen. Het neogotisch bouwwerk, van de hand van Victor Jamaer, schenkt je een licht stijve nek van het staren naar de fijnzinnige façade. Aan de binnenkant wordt die finesse kracht bijgezet dankzij de kostbare collectie die de geschiedenis van de Belgische hoofdstad belicht én een vorstelijke gast onderdak biedt: niemand minder dan de énige, echte (tromgeroffel) Manneken Pis.